|
Heksen uit de Warbossen
- Bron: Handboek Kabouters, Scouting Nederland 1996 (te bestellen bij de ScoutShop)
- Gemaakt op: 5 maart 2001, laatste wijziging: 10 maart 2009
(2 WEKEN)
Toelichting
In de Warbossen wonen de vreemdste wezens. Natuurlijk zijn er trollen en Warbollen, maar je
vindt er ook locomokipkachelfantjes en af en toe heksen. Als de heksen in de Warbossen zijn,
wordt er altijd een heksenbal georganiseerd.
Opzet
In de eerste week treffen we voorbereidingen voor het heksenbal. Hierbij wordt een beroep
gedaan op de fantasie van de Kabouters. In de tweede week is het heksenbal, heerlijk dansen
en eten.
Week 1: Voorbereiding op het heksenbal
Inleiding
In het lokaal ligt een grote envelop. Daarin zit een uitnodiging van de heksen. We mogen
volgende week op het heksenbal komen! Er zijn nog maar weinig echte heksen over in de
Warbossen en daarom hebben ze besloten ook Kabouters toe te laten tot het bal. Voorwaarde
is wel dat we ons gedragen als heksen. Dat willen we natuurlijk graag. Deze week zullen we
ons daarop voorbereiden.
Bezemsteelvliegen
In groepjes maken de Kabouters een bezem van een stok en takken. Vervolgens oefenen we
met vliegen. Een leid(st)er roept de route: naar links, naar rechts, over de wolk heen, onder de
brug door, slalom om de lantaarnpalen heen, enz. Ook spugen we onderweg naar trollen waar
we overheen vliegen en trekken we elfjes aan de haren.
Krijsen
Dit moet een heks goed kunnen! De Kabouters worden in drie groepen verdeeld. De eerste
groep staat aan de ene kant van het lokaal en krijgt een zin ingefluisterd. Op het teken van de
leid(st)er wordt die geschreeuwd. De tweede groep staat aan de overkant van het lokaal en
moet proberen de zin te verstaan. De derde groep is stoorzender, en staat in het midden te
krijsen.
Zalfjes maken
Om op het feest goed voor de dag te komen, zullen we nog wel iets aan ons uiterlijk moeten
doen. Iedere Kabouter krijgt een jampot om daar een zalf in te maken voor wratten, puisten,
zwarte haren, enz. Ze kan allerlei ingrediënten gebruiken, zoals pindakaas, modder, houtskool,
bordkrijt en gras. Op een etiket wordt in zwierige letters de naam van het zalfje geschreven.
Daarna laten we elkaar zien wat we gemaakt hebben en vertelt iedere Kabouter waarvoor het
is en hoe het werkt.
Tip: Gebruik als basis voor de zalfjes een beetje Nivea.
Toveren
We eten allemaal een toverbal om extra toverkracht te krijgen. In groepjes bedenken we een
toverspreuk en laten we aan elkaar zien wat die spreuk kan doen.
Tip: In veel winkels zijn kant en klare tovertrucs te koop. Ook kun je gebruik maken van
een goocheldoos. In de bibliotheek staan boekjes met allerlei trucs. Bijvoorbeeld "Ik zie, ik
zie" van Ruth Thomson (uitgeverij Piramide).
Afsluiting
We zetten onze bezems klaar. Nu zijn we helemaal klaar voor volgende week. Tot op het
heksenbal!
Week 2: Heksenbal
Inleiding
Naar het heksenbal! Alle Kabouters knopen hun das als een hoofddoek om en schminken een
flinke wrat op hun neus. Dan stappen we op de bezemsteel en vliegen naar de donkere
heksenhut (het eigen lokaal), waar de heksen (alle leid(st)ers) ons welkom heten. We gaan in
de kring zitten en de heksen steken waxinelichtjes aan. De opperheks houdt een toespraakje en
elke Kabouter krijgt een vuurwerksterretje. Als we die hebben aangestoken, is het bal
geopend.
Dansen: nadoen
Moderne muziek klinkt door de hut. Een heks staat voor de kring en doet danspassen voor.
De Kabouters doen haar na. Als ze willen, mogen ze zelf ook een dans voordoen.
Bezemoorbel
We maken eerst een bezemoorbel of -hanger. Dan kunnen we straks nog beter
bezemsteeldansen. Van sisaltouw, lucifers, lijm en elastiekjes maken we een oorbel.
Bezemsteeldansen
Dan wordt een bezemsteel doorgegeven tijdens het dansen. Wie de bezemsteel heeft op het
moment dat de muziek stopt is af, en moet met haar tong uit de mond verder dansen. Is ze
weer een keer af, dan moet ze door de knieën zakken bij het dansen. Daarna met haar hoofd
schudden. Speel dit spel snel en niet te lang. Niet iedereen hoeft af te zijn geweest voor je
stopt.
Soep koken
Van al dit geswing zijn we goed moe geworden. Tijd om de soep voor te bereiden! Onder
toezicht van de leiding wordt prei in dunne ringetjes gesneden, peterselie in kleine stukjes
getrokken en worden worteltjes in kleine stukjes gesneden. Ondertussen wordt hout
gesprokkeld en een vuur aangestoken. Ook wordt een driepoot gepionierd, waaraan de pan
met (reeds opgewarmde) soep gehangen wordt. De groente wordt erbij gegooid en we gaan
om het vuur zitten. Nadat we een paar liedjes hebben gezongen, is de soep klaar en kunnen we
eten.
Tip: In "Griezelkookboek" van Roald Dahl (uitgeverij Van Goor) staan veel leuke recepten.
Pudding
Nu het toetje nog. De drilpudding wordt binnen gedragen en we gaan in een kring zitten. Om
de beurt gooien we met een dobbelsteen. De Kabouter die zes gooit, mag met een theelepeltje
pudding gaan eten. Zodra iemand anders zes gooit, neemt deze het over.
Zwarte katten
Na het eten toveren we ons om in zwarte katten met een staart die uit onze broek steekt. Op
muziek proberen we elkaars staart weg te trekken. Een kat die haar staart kwijt is, kan een
nieuwe toveren door bij een heks een toverspreuk te zeggen. Wie verzamelt de meeste
staarten?
Afsluiting
Het bal is afgelopen. De opperheks tovert ons in één keer terug. Bijvoorbeeld: we draaien
allemaal drie maal snel rechtsom, dan vijf maal linksom, we stampen stevig op de vloer,
tenslotte tellen we langzaam tot tien met onze dicht. De leid(st)ers breken razendsnel de
aankleding van de heksenhut af. Als het licht aangaat herkennen we ons eigen kringlokaal
weer. We zijn weer terug.
|